Biocomposietbank

Zitten in het zonnetje op een straatbank gemaakt van biocomposiet, een duurzaam product gemaakt van restmateriaal van onder meer natuurlijke vezels. Dit is binnenkort mogelijk een vertrouwd straatbeeld. Het is inmiddels redelijk bekend dat afval en restmateriaal steeds vaker als grondstof dient voor hergebruik. Vernieuwend is dat het vervaardigen van objecten van biocomposiet binnenkort fabrieksmatig kan. Hiervoor hebben Waternet -in opdracht van waterschap Amstel, Gooi en Vecht- en Staatsbosbeheer de samenwerking gezocht met NPSP, een bedrijf dat ruime ervaring heeft in het vervaardigen van duurzame en vezelversterkende kunststoffen voor diverse toepassingen. Het eerste resultaat is een hoogwaardig en duurzaam materiaal met een levensduur van naar verwachting 25 jaar. Het eerste exemplaar is van 25 tot en met 27 mei te zien op de tijdelijke expo FabCity in Amsterdam.

Hergebruik en productie
Waternet  beschikt over veel restmaterialen zoals riet, bermgras, waterplanten, calciet en cellulose. In plaats van materialen weg te laten rotten of af te voeren, onderzoekt Waternet de mogelijke opties voor nuttig hergebruik, voor het bedrijfsleven maar ook  voor consumenten. Dit  biocomposiet bestaat maar liefst 71% aan restmateriaal. Omdat het restmateriaal – de naatuurlijke vezels en calciet- niet meer afgevoerd of tegen kosten verwerkt hoeven te worden, levert het ook geld op. Bij productie op grotere schaal komen de kosten voor het maken van composiet overeen met de kosten voor het fabriceren van conventionele materialen als glasvezelcomposiet. En kunnen de producten die ervan worden gemaakt, zoals nu de straatbank, te koop worden aangeboden.

Toepassing en duurzaamheid
Het omzetten van restmaterialen in biocomposiet verlaagt de CO² voetafdruk doordat het (rest)materiaal niet meer wegrot maar wordt vastgelegd in een hoogwaardig product. Dit proces heet CO²2-sink. Aan het einde van de levensduur ervan, om en nabij de 25 jaar, kan van het biocomposiet energie worden gemaakt. Dit lukt niet met het conventionele glasvezelcomposiet. Het kan hiermee een concrete bijdrage leveren om de belasting op het milieu zoveel mogelijk te beperken. Een ander, nog groter duurzaamheidsvoordeel ligt in het vervangen van glasvezel –  waarvan de productie veel energie kost- door natuurlijke vezels. Op basis van de eerste testresultaten blijkt er meer dan 2 kg CO² per kg glascomposiet kan worden bespaard. De verdere ontwikkeling van het restmateriaal biocomposiet wordt begeleid/ondersteund door de STOWA, het gemeenschappelijke kenniscentrum van de regionale waterbeheerders. Op deze manier wordt de kennis over het aanleveren van restmaterialen, de opschaalbaarheid en de kwaliteit van het eindproduct toegankelijk voor alle waterschappen in Nederland. Het verdere onderzoek naar biocomposiet gaat twee richtingen op: zowel naar wat er nog meer aan restmaterialen kan worden ingezet als grondstof,  maar ook naar het optimaliseren van het eindproduct en concrete mogelijkheden voor andere praktische toepassingen. Meubilair, fruitschalen, damwanden, straatnaamborden… De mogelijkheden zijn legio.
Klik hier voor informatie.