Nieuwe technieken kunnen metingen en uitkomsten nauwkeuriger maken

Met een grootschalig en zelden vertoond experiment gaan wetenschappelijke teams uit Nederland, Frankrijk en Zwitserland een week lang ammoniakemissies van mest meten in Dronten. Daarmee willen ze aantonen dat met nieuwe technieken emissies en concentraties van ammoniak in de lucht beter en nauwkeuriger te meten zijn. De uitkomsten kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de discussie die hierover in heel Europa wordt gevoerd en de beleidsmaatregelen die genomen worden om schadelijke ammoniakemissies verder te reduceren. Bijvoorbeeld over het uitrijden van mest. Die hebben grote impact op de landbouwsector. Nederland heeft een van de hoogste dichtheden van ammoniakemissies in Europa. Door strenge maatregelen tegen zure regen zijn die sinds 1990 fors gedaald, maar de huidige emissies van Nederland zijn nog hoger dan het emissieplafond zoals afgesproken in de National Emission Ceiling Directive van de EU. Nieuwe meetmethoden zouden dit beeld kunnen bijstellen omdat de huidige methoden sommige emissies door turbulentie-effecten en verticale verspreiding dubbel zouden meten. De emissiemetingen van ammoniak worden uitgevoerd met  een methode die in de jaren 90 is ontwikkeld en gebruik maakt van gaswasflessen. Die meten om het half uur en uur de gemiddelde ammoniakconcentraties vanuit het midden van een bemest stuk land. Met behulp van nieuwe technieken kan er op afstand en per seconde gemeten worden. En met de huidige computers zijn die snelle metingen ook goed te analyseren. Tussen 13 en 17 juni staat in een weiland in Dronten een voor Europa unieke set aan instrumenten bij elkaar. De 12 meter lange LIDAR-truck van het RIVM schiet laserpulsen door de lucht, er staan twee RIVM mini-DOAS systemen die met spiegels en licht ammoniakverbindingen in kaart brengen en drie nat chemische instrumenten van ECN die lucht opzuigen en ammoniak opvangen in water. Een mobiele spectrometer in een meetbus van INRA uit Frankrijk rijdt heen en weer en kijkt waar de ammoniakpluim heen waait. Er zoemt een meetsysteem op een liftje op en neer boven het veld. Maar ook de standaard methoden met gaswasflesjes en zogenaamde passieve samplers worden ingezet. Na het opbouwen van de apparatuur wordt op dinsdag 14 juni mest uitgereden in twee cirkels met een diameter van 40 meter, zogeheten mestplots. Om de metingen te ijken wordt een kunstmatige ammoniakbron gebruikt, waarvan de emissie exact bekend is. Tegelijkertijd wordt die week een innovatieve mestinjector van de firma Slootsmid getest. De metingen worden gecoördineerd door ECN in samenwerking met het Louis Bolk Instituut, RIVM, VU en Slootsmid. De uitvoering is mogelijk door financiering van SBIR en het Mesdagfonds en door financiering vanuit Zwitserland, Frankrijk en Italië, waar dezelfde problematiek speelt. Het Vlaamse VMM en twee commerciële partijen, Envicontrol (Zaltbommel) en Aerodyne (USA), stellen apparatuur ter beschikking.
Klik hier voor informatie.