Politiek bepaald prijs hernieuwbare energie

Volgens het CBS is de hernieuwbare energie in Nederland in 2016 toegenomen tot 6,4% van de energiebehoefte. In 2015 was dat 5,8% waarvan 3,9% Biomassa, 1% Wind op land, 0,3 Bodem-energie, 0,3 Zonne-energie, 0,2% Wind op Zee, 0,1 % Aardwarmte en 0,02 Waterkracht. In 2020 moet dat totaal oplopen naar 14% (EU-norm) en in 2025 naar 25%. Onze gasbel zorgt voor een slow-start op hernieuwbare energie. Maar dat tij lijkt nu te keren. In 2035 moeten wij naar 35% en zon en wind zullen dan ca. 60% voor hun rekening nemen, biomassa 29% en aardwarmte 10% is de verwachting. Uiteindelijk zal wind op zee de winnaar blijken te zijn. Windenergie van de vijf grote windparken totaal straks goed voor 11.500 KW. Nederland heeft dan een derde van de totale wereldwijde offshore windcapaciteit staan. De grootschalige aanpak door het kabinet biedt bedrijven zekerheid dat investeringen worden terugverdiend. Hoe minder onzekerheid, hoe lager de energieprijs. Een prijsverlaging van hernieuwbare energie is nodig. KW-uur kost nu 3 tot 4 cent terwijl windenergie nu komt op ca. 7 cent per KW-uur en zonne-energie op ca. 12,5 cent. Grote subsidie injecties zijn dus de komende jaren nodig om de prijs te verlagen naar verwachting 50 tot 100 miljard om de 16% in 2023 te halen. Energietransitie het politieke thema voor de komende jaren want het raakt alle maatschappelijke onderdelen van geopolitiek, ruimtelijke ordening, milieu, inkomensverdeling tot welvaart.