Gebrek aan realisme bij energietransitie

Deze eeuw zal het werldwijde energiesysteem blijven bestaan uit een combinatie van fossiele brandstoffen en hernieuwbare energie. De uitstoot van broeikasgassen zal dan ook niet gereduceerd worden naar nul. Omdat realisme absoluut cruciaal is om een effectieve en efficiënte energietransitie te krijgen, moet deze waarheid worden benadrukt, zei Shell-bestuursvoorzitter Ben van Beurden in een toespraak tijdens het olie- en gascongres ONS2016 in het Noorse Stavanger.

Volgens de Shell-topman zijn sommige opvattingen over de overgang op duurzame energie niet op stevige feiten gebaseerd. Voor de olie- en gassector is volgens hem dan ook een rol weggelegd als ‘contrarian in the room’. De industrie moet er niet voor terugdeinzen tegendraads te zijn als het gaat om bepaalde opvattingen over de uitdagingen van de energietransitie. Ondanks dat het niet eenvoudig is, is dat de essentie van leiderschap in de energietransitie, aldus Van Beurden.

De overgang op duurzame energie is veel complexer dan gedacht. ‘Hernieuwbare energie speelt een belangrijke rol in de energietransitie. Maar zon, wind en water produceren op dit moment vooral elektriciteit. Dat maakt slechts 18% uit van de totale energieconsumptie.’ Bovendien zijn er serieuze beperkingen voor wijdverspreide elektrificatie, zoals het langeafstandsluchtverkeer, zwaar wegtransport en de productie van staal, ijzer en cement.

Zelfs als de huidige technologieën worden opgerekt tot het maximum, kan de wereld niet alleen op hernieuwbare energie draaien. Het zal zelfs moelijk genoeg zijn om het aandeel hernieuwbare energie in de energiemix voldoende te laten groeien, aldus Van Beurden. Zo waren de eerste generaties wind- en zonne-energie uit de jaren zeventig en tachtig decennia later goed voor ongeveer 1% van de totale energiemix.

Bron: FD