Klimaatakkoord Parijs

Het Wuppertal Institut heeft inzichtelijk gemaakt langs welke transitiepaden de Rotterdamse industrie haar CO₂-uitstoot drastisch kan reduceren en tegelijkertijd de producten kan blijven maken waar de samenleving naar vraagt, zoals brandstoffen en chemische producten. De belangrijkste uitkomst van het onderzoek is dat CO₂-reductie tot wel 98% haalbaar lijkt door gebruik te maken van een reeks verschillende technieken. Het onderzoek is gedaan in opdracht van het Havenbedrijf Rotterdam dat de ambitie heeft het havengebied tot koploper in de energietransitie te maken.

 Allard Castelein, CEO Havenbedrijf Rotterdam: “Het onderzoek laat zien dat drastische CO₂-reductie mogelijk is en dat verschillende projecten waar we op dit moment aan werken heel goed in de uitgewerkte transitiepaden passen, met name de benutting van restwarmte en afvang en opslag van CO₂. Maar het rapport laat ook zien dat bedrijven in de komende decennia voor een groot deel op andere technologie moeten overstappen. De energietransitie is een proces van veel stappen, door veel partijen over een lange periode. Het onderzoek geeft aan dat het kan en is vooral een oproep om projecten te gaan starten. Klein beginnen en dan opschalen. Dat kan in Rotterdam, maar vraagt wel om een robuust lange termijn beleid en ondersteuning vanuit het Rijk en Europa.”

 Het Duitse Wuppertal Institut für Klima, Umwelt, Energie heeft onderzocht welke mogelijkheden er zijn om de Rotterdamse industrie in lijn te brengen met het klimaatakkoord van Parijs. Sluiting van industrie is niet aan de orde, omdat de samenleving ook op lange termijn behoefte heeft aan allerlei chemische producten en brandstoffen. Transport kan deels geëlektrificeerd worden, maar voor de luchtvaart en de zeescheepvaart is dat vooralsnog lastig. Sluiting van industrie in Europa zou leiden tot import van dit soort producten. Per saldo leidt dat er alleen maar toe dat industrie naar elders verhuist en dat hier veel mensen hun baan verliezen. Transitie naar productie met een veel lagere CO₂-footprint is dus logische stap. Het Wuppertal Institut heeft daarvoor vier mogelijke transitiepaden uitgewerkt.

 Vier transitiepaden

 Het eerste is het Business-as-Usual scenario. Zoals de naam al zegt kent dit scenario geen grote trendbreuken. Verbetering van de efficiency van de industrie door toepassing van ‘best available technology’ zorgt voor minder uitstoot. Daarnaast is de verwachting dat de productie vermindert omdat de vraag naar brandstoffen afneemt. De uitkomst is 30% minder CO₂-uitstoot in 2050. Dat is te weinig om de klimaatdoelstellingen te realiseren. Het tweede scenario, Technological Progress, komt met 75% een stuk dichter in de buurt. Belangrijkste element hierin is grootschalige afvang en opslag van CO₂.  In twee andere transitiepaden lijkt op dit moment een CO₂-reductie van 98% haalbaar. Het ene is Biomass and CCS en leunt sterk op de toepassing van CCS gecombineerd met biomassa als grondstof voor chemie. Het laatste pad is Closed Carbon Cycle en focust sterk op het sluiten van kringlopen. Er worden nog wel fossiele grondstoffen gebruikt, maar deze worden bijna volledig gerecycled.

 Combinatie

 Elk transitiepad kent zijn uitdagingen c.q. bottlenecks, zoals de beschikbaarheid van voldoende biomassa, 100% afvang van CO₂ of een volledig hernieuwbare elektriciteitsopwekking. Bovendien kent elk transitiepad onzekerheden op technisch vlak. Dat maakt dat er niet één beschreven transitiepad zaligmakend is, maar dat uiteindelijk een combinatie van verschillende paden nodig zal zijn om het beoogde doel te halen. Ook geldt dat in alle paden een aantal dezelfde technieken voorkomen, zoals waterstofproductie door elektrolyse met duurzame elektriciteit (bijvoorbeeld van wind op zee), elektrificatie van industriële processen en benutting van restwarmte. In het Rotterdamse havengebied wordt gewerkt aan een aantal projecten die in deze transitiepaden passen, zoals de ontwikkeling van een regionaal warmtenet, een demonstratieproject voor afvang en opslag van CO₂,(CCS) omzetting van plastic afval in chemicaliën (waste-to-chemicals), biobased brandstoffen en chemie, aanlanding van windenergie vanaf de Noordzee, waterstofproductie door elektrolyse etc. Dit soort projecten kan de economische vernieuwing van het Rotterdamse industriecomplex aanjagen. In de energietransitie volgt het Havenbedrijf Rotterdam een én-én strategie. Het Havenbedrijf zet sterk in op de ontwikkeling van duurzame industrie zoals hernieuwbare energie, biobased productie en circulaire initiatieven. Tegelijkertijd werkt het Havenbedrijf met de bestaande op fossiel gebaseerde industrie samen aan een steeds lagere CO₂-footprint door bijvoorbeeld projecten om restwarmte te benutten en CO₂ af te vangen en op te slaan.