TNO en ECN bundelen krachten in één onderzoekscentrum

Grote impuls voor transitie naar duurzame energievoorziening

Minister Kamp van Economische Zaken heeft vandaag bekend gemaakt dat het toegepaste energieonderzoek van TNO en de Stichting ECN gebundeld zal worden in één herkenbaar onderzoekscentrum onder de verantwoordelijkheid van TNO. De intentie is dat het nieuwe onderzoekscentrum “Energieonderzoek Centrum Nederland” op 1 januari 2018 van start gaat. Daarmee ontstaat een internationaal toonaangevend onderzoekscentrum dat de transitie naar een duurzame energiehuishouding aanzienlijk kan versnellen.

TNO en ECN kennen al een lange en intensieve samenwerking op het gebied van duurzame energie. Zo werken beide organisaties bijvoorbeeld al samen in Solliance aan de ontwikkeling van nieuwe toepassingen van zonnecel technologie en ontwikkelen ze binnen VoltaChem systemen om duurzame energie flexibel in te zetten in de chemische industrie.

Nationaal onderzoekscentrum voor energietransitie
Het nieuwe centrum moet uitgroeien tot de spil en “one-stop-shop” in de energiesector en partner van universiteiten, andere toegepaste kennisorganisaties, NGO’s en het bedrijfsleven. De programmering wordt opgesteld vanuit een nationale agenda, die in samenspraak met de Topsector Energie, het ministerie van Economische Zaken en vanuit de vakinhoudelijke kennis van het onderzoekscentrum wordt samengesteld. Op die manier wordt onafhankelijk en vanuit brede maatschappelijke behoefte invulling gegeven aan de programmering van het energieonderzoek.

Paul de Krom, CEO van TNO: “Deze bundeling is enorm goed nieuws, omdat het de noodzakelijke transitie naar een duurzame energievoorziening en –toepassing een grote inhoudelijke impuls geeft. Dit nieuwe onderzoekscentrum zal het centrale loket worden voor alle stakeholders en bedrijven die zich inzetten voor de verduurzaming van de energiehuishouding in Nederland en daarbuiten.”

De implementatie en vormgeving van het onderzoekscentrum bij TNO wordt de komende tijd nader ingevuld door alle betrokken partijen en is nog afhankelijk van een medezeggenschapstraject en beoordeling door de Raden van Toezicht in beide organisaties.