Van afvalwater tot grondstof

Eind september verscheen er een persbericht dat Waternet een fosfaatfabriek gaat opstarten in Amsterdam voor de terugwinning van fosfaat uit urine. Deze urine moet worden ingezameld tijdens grote evenementen en poppodia. Zoals bekend is mineraal fosfaat een eindige meststof. Men schat dat over 50 jaar de fosfaatmijnen in China en Marokko uitgeput zijn. Voor die tijd zal de prijs van het fosfaat op de wereldmarkt reeds aanzienlijk zijn gestegen vanwege de verwachte schaarste. Dit zal tot grote problemen leiden bij de mondiale voedselproductie waarvoor fosfaat als meststof van groot belang is. Fosfaat is namelijk onvervangbaar en op is op. Het is niet ondenkbaar dat fosfaat in de toekomst verantwoordelijk zal zijn voor conflicten tussen landen met en zonder fosfaatbronnen. Het belang hiervan zou wel eens groter kunnen zijn dan de schaarste aan fossiele brandstoffen. Hiervoor zijn immers wel alternatieven voorhanden. Jaarlijks importeert Europa ongeveer 6 kg fosfaat per inwoner. Dit komt neer op 2,2 miljoen ton fosfaat per jaar. Ongeveer één zesde hiervan komt in het rioolwater terecht. Met een inwoneraantal van 16,8 miljoen zit er dus ongeveer 15 miljoen kilo fosfaat in ons afvalwater. Daarnaast bezit Nederland in Europa het grootste overschot aan fosfaat in de bodem. Dit wordt langzaam door gewassen opgenomen waardoor extra bemesting met mineraal fosfaat in Nederland nauwelijks nodig is. Door terugwinning uit rioolwater wordt, samen met het overschot in de bodem, de behoefte aan de import van mineraal fosfaat steeds lager. Dit kan ons in de toekomst vrijwaren van geopolitieke spanningen en Nederland als voedselproducent een sterke positie opleveren. Struikelblok blijft nog dat voor de wet het teruggewonnen fosfaat een afvalstof is en dit verhindert de afzet als meststof.

Robert Wagenveld
Directeur bij QM Environmental Services